Professionele ethiek is geënt op het besef van het belang van een opdracht, missie of taak. Het is omdat men vindt dat een beroep, bijvoorbeeld dat van een jurist, ingenieur, boekhouder, journalist of ondernemer, binnen de samenleving een onontbeerlijke en gewaardeerde functie heeft, dat zowel de omstaanders als de beroepsbeoefenaars ervan overtuigd zijn dat er binnen het professioneel kader specifieke morele rechten en plichten gelden.
Ook de interne motivatie om een beroep naar behoren uit te oefenen, berust op de overtuiging dat wat men doet, voor de samenleving van betekenis is en om die reden respect verdient. Hoe duidelijker het besef van die betekenis, hoe scherper men zich bewust is van de voorwaarden die voor het waarmaken ervan noodzakelijk zijn. Wie het belang van zijn of haar professionele opdracht duidelijk voor ogen ziet, zal spontaan scherper kunnen aflijnen wat beroepshalve verantwoord is en wat niet. Dat alles geldt ook voor wetenschappers.
De waarde die aan wetenschappelijk onderzoek gehecht wordt, berust op de overtuiging dat wetenschappelijk onderzoek belangrijk is. Als men niet overtuigd is van de intrinsieke waarde van de eigen wetenschappelijke discipline, zal de interne motivatie om volgens de regels van de kunst onderzoek te verrichten, verzwakken. Het zal binnen een competitieve sfeer de kans op bedrog groter maken, de collegialiteit vergiftigen en het streven naar persoonlijk voordeel versterken. Daarom is het zinvol na te denken over de verantwoordelijkheid die men heeft ten aanzien van de samenleving.
Voor mensen die direct of indirect bijdragen tot de vorming van deskundigen is een dergelijke bezinning twee keer belangrijk. Het besef van de maatschappelijke waarde van hun opdracht zal hen niet alleen motiveren om hun onderwijs volgens de regels van de kunst uit te voeren; het zal hen ook motiveren om aan hun studenten duidelijk te maken in welke zin de eigen discipline bijdraagt tot verantwoorde beroepsuitoefening. Dat impliceert dat docenten voor zichzelf moeten hebben uitgemaakt wat een verantwoorde uitoefening van het beroep waartoe hij of zij studenten opleidt, precies impliceert. |